Vaarinformatie


Voordat je gaat varen moet je altijd zorgen dat je goed voorbereid bent. Naast dat we je wat tips en trics hierover geven, willen we je ook graag informeren met andere nuttige informatie mbt de watersport.

De voorbereidingen bestaan uit verschillende onderwerpen die in acht moeten worden genomen. Wij zullen de volgende onderwerpen behandelen en tips geven:


-   Weersomstandigheden

-   Vaarroutes en vaargebieden

-   Regelgeving, zoals a.o. snelheid, vaarbewijs, verzekering

-   Jachthavens

-   Met de boot naar het buitenland

-   CE-keurmerk

-   Begrippenlijst Watersport



Weersomstandigheden

Het weer kan van grote invloed zijn op het vaarplezier en de veiligheid aan boord. Let daarom niet alleen op de temperatuur, maar ook op de voorspellingen van de windkracht en buien. Op het CE-keurmerk dat in de boot bevestigd zit, is af te lezen tot welke hoeveelheid Beaufort (=windkracht) het veilig is om te gaan varen met de boot. Als er buien voorspeld zijn, let er dan op dat de temperatuur ook zal dalen. Neem in zo'n geval dus voldoende warme en waterdichte kleding mee. Houd er ook rekening mee dat buien ook eerder kunnen komen dan de voorspelling. Als laatste, maar zeker één van de belangrijkste weersomstandigheden, onweer. Tijdens zomerse dagen slaat het weer regelmatig om naar een bui met onweer. Zorg dan altijd dat je niet meer op het water bent met je boot! Voor informatie over de weersverwachting kun je het beste kijken op de website van het KNMI en tijdens het varen gebruikt maken van Buienradar.



Vaarroutes en vaargebieden

Net zoals op de weg, moet je de route op het water ook goed voorbereiden. Er kunnen altijd vaarwegen gestremd zijn of bruggen buiten werking zijn vanwege onderhoud. Het is altijd mogelijk om een andere route te varen, maar het is verstandig om te voorkomen dat een tocht ineens 5 uur langer duurt omdat een brug niet meer draait. 

De meeste booteigenaren varen in het weekend. Dit is ook gelijk het moment waarop de bruggen niet tot 's avonds laat worden bediend. Houd er rekening mee dat in het weekend een brug na 18.00 niet meer open zal gaan voor je boot. De provincie Zuid-Holland heeft voor haar gebied een overzichtelijke site gemaakt met alle bruggen met bedieningstijden en openbare aanlegplaatsen gemaakt. Het is namelijk alleen toegestaan om met je boot aan te leggen op daarvoor aangewezen plaatsen. Voor de informatie van de provincie Zuid-Holland, zie http://varenzh.nl/


Nederland WATERLAND kent vele vaargebieden. Hieronder een opsomming van de belangrijkste vaargebieden voor sloepen.

‘T GOOI

  • Huizen e.o.
  • Vinkeveen
  • Loosdrecht
  • Utrecht e.o.

NOORD/ZUID

  • Amsterdam e.o.
  • Westeinder
  • Kaag / Braassem
  • Leiden e.o.

MIDDEN

  • Nieuwkoop e.o.
  • Reeuwijk e.o.

FRIESLAND

  • Koudum e.o.
  • Langweer e.o.
  • Drachten e.o.
  • Grou e.o.



Regelgeving, belangrijkste regels in de Watersport


  • Groot gaat voor klein
    Kleine schepen (tot 20 meter lengte) verlenen altijd voorrang aan grote schepen (langer dan 20 meter). Veerponten, passagiersschepen, sleep- en duwboten en vissersschepen, die in bedrijf zijn, hebben altijd de rechten van ‘groot’. Ook als ze korter zijn dan 20 meter.
     
  • Stuurboord voor bakboord
    Wie in de betonde vaargeul aan stuurboordzijde van het hoofdvaarwater vaart, heeft voorrang op schepen die het hoofdvaarwater op willen varen. Een uitzondering hierop zijn schepen die uit een betond nevenvaarwater komen varen. In deze situatie moeten kleine schepen op het hoofdvaarwater voorrang verlenen aan grotere schepen die van het betond nevenvaarwater komen.
     
  • Zeilschip gaat voor motorschip
    Een klein motorschip* (tot 20 meter) moet voorrang verlenen aan een klein zeilend schip (tot 20 meter) of een roeiboot, als hun koersen kruisen en geen van de schepen aan stuurboordwal vaart. Een grote motorboot of een groot zeilschip verleent in deze situatie voorrang aan het schip dat van stuurboord nadert. *Ook een zeilschip wat op de motor vaart wordt beschouwd als een motorboot!
     
  • Motorboten onderling
    Voor kleine motorschepen op ruim water onderling geldt: als hun koersen kruisen en geen van de schepen aan stuurboordwal vaart, krijgt het schip dat van stuurboord nadert voorrang.
     
  • Zeilschepen onderling
    Een klein zeilschip met het zeil over bakboord heeft voorrang op een klein zeilschip met het zeil over stuurboord. Varen ze met het zeil over dezelfde boeg, dan wijkt loef voor lij, ofwel, het schip dat het hoogst aan de wind vaart, heeft voorrang.
     
  • Hoofdvaarwater - nevenvaarwater
    Wie vanuit een haven of nevenvaarwater een hoofdvaarwater opvaart dan wel oversteekt of andersom, mag andere vaarweggebruikers niet hinderen. Kleine schepen moeten altijd voorrang verlenen aan grotere schepen. NB. Het bord B.9 betekent dat schepen op het hoofdvaarwater altijd voorrang hebben.
    Op de Waal, Nederrijn, Lek en het Pannerdensch Kanaal geldt de volgende regel: groot gaat altijd voor.
     
  • Snelheid aanpassen bij bruggen en in of bij sluizen
    Voorkom hinderlijke golfslag op de wachtplaatsen wanneer u een sluis nadert of uitvaart of wanneer u een beweegbare brug passeert.
     
  • Bij sluizen en bruggen, Schipper, wacht op je beurt
    Schepen moeten de sluis invaren in volgorde van aankomst. Dat geldt ook voor het afmeren op de wachtplaats. Bij sluizen waar de beroeps- en recreatievaart samenkomen, vaart beroepsvaart het eerste de sluis in, tenzij de sluismeester anders aangeeft. Dit gebeurt dan vanuit het oogpunt van veiligheid en vlotheid. Voor recreatievaart geldt hier: wacht met invaren totdat de beroepsvaart de trossen vast en schroeven uit heeft. Houd afstand tot grote schepen. Schroeven uit in sluizen is verplicht!
     
  • Niet beleggen in sluizen met verval
    Houd rekening met het verval in de sluis en zorg dat u de touwen (landvasten) tijdig kunt laten vieren of aanhalen.
     
  • Vaar vlot door als de brug opengaat. Laat het wegverkeer niet onnodig wachten.


Overige tips mbt regelgeving in de watersport:

  • Snelheid
    De algemene maximum snelheid op het water is 20 km per uur. Binnen steden, smalle wateren en havens geldt vaak een lagere maximum snelheid. Dit staat altijd aangegeven via borden aan de rechterzijde van het vaarwater. 

  • Verzekering
    In Nederland is dit wettelijk niet verplicht, maar wordt soms wel verplicht door bijvoorbeeld de winterstalling of jachthaven. 

  • Vaarbewijs en registratie
    Door nationale wetgeving is het in Nederland verplicht om op bepaalde wateren of met boten van een bepaalde lengte en/of snelheid, in het bezit te zijn van een vaarbewijs. Ook kan er verplichting zijn tot het dragen van een reddingsvest. Controleer daarom altijd in het gebied waar u gaat varen, binnen- of buitenland, welke wetgeving er van toepassing is. De algemene stelregel is dat bij een boot die sneller dan 20 km per uur kan varen en/of langer is dan 15 meter, je in het bezit dient te zijn van een vaarbewijs. De boot moet dan ook geregistreerd staan bij de RDW.


"De RDW registreert vaartuigen. Het gaat hierbij om alle kleine motorvaartuigen die korter zijn dan 20 meter dat bij gebruik van een motor sneller kunnen varen dan 20 kilometer per uur. Hieronder vallen ook waterscooters en jetski's. Registratie van de motorboot is verplicht als u met het vaartuig gebruik maakt van de Nederlandse binnenwateren. Na registratie bij de RDW ontvangt u een registratiebewijs op creditcardformaat."


Sloepen van het merk Anker Boten voeren wij uit met motoren tot maximaal 15 PK, en varen daarmee onder de grens van 20 km per uur en Anker Boot sloepen zijn altijd kleiner dan 15 meter. Hiermee kun je dus varen ZONDER VAARBEWIJS en de boot hoeft NIET GEREGISTREERD te worden. 


  • Alcohol
    De schipper van een boot mag een maximaal alcoholgehalte hebben van 0,5 promille. De politie vaart, vooral tijdens zomerse dagen, veel rond op het water en controleert hier op door middel van blaastesten. 

  • Vlag
    In Nederland is er geen verplichting om de nationale vlag te voeren. Bijna alle boten voeren wel achterop de Nederlandse vlag en voorop een kleine vlag van de botenfabrikant of jachthaven waar ze liggen. Volgens de etiquette mag de Nederlandse vlag het water niet raken met de onderkant. Een veel voorkomende fout die bijna iedere booteigenaar één keer moet maken om het te leren, is vergeten de Nederlandse vlag aan de achterkant er af te halen als je onder een brug door vaart. Als je onder een brug door vaart, ben je vooral gefocust en vooruit aan het kijken of je onder de brug door past en vergeet dan gemakkelijk de vlag achterop.



De boot mee naar het buitenland

Als je op pad gaat buiten de grenzen van Nederland, moet je met een aantal zaken rekening houden. Er zijn namelijk een aantal verschillen in de wetgeving tussen Nederland en andere Europese landen. Hier volgen een aantal voorbeelden. In Duitsland is het verplicht om minimaal een WA-verzekering te hebben op een boot. In België is het verplicht om achterop de boot de nationale vlag te voeren. In Frankrijk moet je een vignet kopen om te mogen varen op de binnenwateren. En in Spanje geldt de regel dat er voor iedereen aan boord een zwemvest aanwezig moet zijn, ongeacht hoe snel de boot kan varen.


Zoek voor vertrek goed op met welke nationale wetgeving je in een ander land te maken kan krijgen!



CE-keurmerk

Met het één worden van Europa hebben de lidstaten destijds – vooral onder druk van de Fransen – besloten regels op te stellen voor nieuw te bouwen jachten om concurrentie vervalsing tegen te gaan, door uniforme eisen in verband met het vrije handelsverkeer. De eisen gelden voor pleziervaartuigen tussen de 2 en 24 meter, met uitzondering van kano’s, roeiboten, replica’s, wedstrijdschepen, demonstratie vaartuigen en experimentele vaartuigen. De ontwerpcategorie bepaalt feitelijk waar men zich met een vaartuig kan begeven: geen verzekeringsmaatschappij zal tot uitkering overgaan als er een voorval is onder omstandigheden waarvoor het schip geen CE certificaat heeft. Categorie C: ontworpen voor het varen in kustwateren, riviermondingen, baaien, meren en rivieren tot en met windkracht 6 op de schaal van Beaufort en een golfhoogte van maximaal 2 meter, bijvoorbeeld beperkte kustvaart. Categorie D: ontworpen voor de vaart in beschutte wateren tot windkracht 4 op de schaal van Beaufort en een golfhoogte van zo’n 0.3 tot 0.5 meter, bijvoorbeeld binnenwateren.



Begrippenlijst Watersport
Hieronder vind je en aantal begrippen die in de Watersport gebruikt worden en dan met namen in het segment sloepen.

Afwatering

Afvoeren van een overschot aan water.

Boeg

Voorkant van een boot.

Boeglicht

Half groen half rood licht op de boeg geïnstalleerd, zie navigatieverlichting.

BPR

Binnenvaartpolitiereglement, wetgeving op het water.

CE-keurmerk

Keurmerk voor het voldoen aan de Europese eisen van de Wet pleziervaartuigen.

Dodemanskoord

Koord dat bevestigd zit aan de dodemansknop, waardoor de motor stopt bij het overboord vallen van de bestuurder van de boot.

Fireport

Opening in de motorruimte, waar het mondstuk van de brandblusser doorheen.

Gelmantel

Tussenlaag van de romp bestaande uit gel.

Kiel

Aan de onderkant uitstekend deel van de boot.

Kikker

Dubbele haak op een boot ter bevestiging van een lijn.

Kuip

Binnenkant van een boot.

Lenswater

Water dat ongewenst de boot is ingekomen en vervolgens weer uit de boot wordt gepompt.

Navigatieverlichting

Verlichting op de boot waardoor zichtbaar is welke kant een boot op vaart.

Ontwerpcategorie

Geeft de grenzen van het CE-keurmerk aan.

Romp

Buitenkant van een boot.

Schaal van Beaufort

Geeft windsnelheden aan in de tem van windkracht.

Schroef

Ronddraaiende propeller van de motor.


Op de website http://www.watersportalmanak.nl/ , de gids voor watersporters vind je ook nog allerlei informatie mbt de watersport.


Heb je nog vragen, opmerking en of aanvullingen op de informatie die we met jou hebben willen delen, dan horen wij dat graag!


Veel vaarplezier!

TEAM ANKERBOTEN